| ISIS-code: | TH8314 |
| Ingangseis: | BA Theaterwetenschap of BA Muziekwetenschap |
| OWI-code: | OKCA |
| LSG-naam: | Theaterwetenschap |
| Onderdeel van: | Aansluitmaster Theaterwetenschap (Master) Aansluitmaster Muziekwetenschap (Master) Duale master Dramaturgie (Master) (MA-werkgroep) |
| ECTS: | 10 |
| Semester/blok: | Semester 2 |
| Docent(en): | R. de Groot; M.L. Kolk (P. Koek e.a.) |
Opzetten, uitvoeren en rapporteren van een onderzoek binnen een specifiek deelgebied van de theaterwetenschap of de muziekwetenschap. De student leert bovendien het onderzoek te relateren aan dat van anderen, zodat een collectieve meerwaarde ontstaat.
In de actuele theaterpraktijk valt als een centraal vormgevingsconcept een toenemende muzikalisering te constateren. Niet alleen wordt muziek als zelfstandig esthetisch middel ingezet (Brecht), maar ook worden muzikale aspecten zoals ritme, klank, taalmelodie en stemgebruik benadrukt in de voorstelling. Dit schept nieuwe werelden van ervaringen, naast die van de semantische betekenis. Het theater betreedt daarmee, daarin, formeel het terrein van het 'postdramatische', waar tekst niet langer als zingevend perpectief wordt ingezet. Het fysieke, het tastbare, het lichamelijke, de materialiteit van het totale artistieke instrumentarium, reiken naar de categorieën van het onuitspreekbare en het niet voorstelbare, die in de postmoderne filosofie de religieuze dimensie raken.
Op een vergelijkbare wijze kan ook de muziek beelden en teksten inzetten die de ongrijpbare effecten van de muziek meer 'vorm' geven maar ook elkaar ondergraven en ironiseren, en als in een dialoog, elkaars esthetische functies overnemen. Veelal door middel van de acteur/zanger.
In deze gecombineerde werkgroep worden beide fenomenen, de muzikalisering en de theatralisering, bestudeerd aan de hand van een aantal produkties waarin grote kunstenaars uit beide disciplines de dialoog aangaan: Robert Wilson/Louis Andriessen, Christoph Marthaler/Franz Schubert, Paul Koek/Toneelgroep Hollandia/Aeschylos. Ook produkties binnen het kleinschalige muziektheater, bijvoorbeeld in het werk van Claude Vivier, Theo Loevendie, en van het Vlaamse muziektheater. Transparant, Het Muziek, Lod zullen aan de orde komen.
Daarbij gaat het ook om het verder ontwikkelen van een analytisch kader voor dit soort van muziek/theater en de specifieke ervaringen die worden opgeroepen. Zij worden benoemd in concepten als: representatie en presentie, effecten van performativiteit en materialiteit, betekenis en proces, schoonheid en het sublieme, een terminologie die in de meer theoretisch-filosofische benadering van de theaterwetenschap en de musicologie volop in ontwikkeling zijn.
Ditzelfde conceptuele kader kan ook als een meer deconstructieve benadering dienen van de klassieke opera in haar actuele opvoeringen, als een te historiseren kunstwerk dat zijn geschiedenis zowel bevestigt als ontkent.
werkcollege
3 uur per week, plus bezoek van voorstellingen en repetities
wordt nader bekend gemaakt
presentaties en essays
wordt nader bekend gemaakt