| ISIS-code: | MU7014 |
| Ingangseis: | propedeuse Muziekwetenschap; Musicologie van de Westerse muziek III en IV, Etnomusicologie II |
| OWI-code: | OKCA |
| LSG-naam: | Muziekwetenschap |
| Onderdeel van: | Bachelor Muziekwetenschap (Bachelor) minor Westerse muziek (60 stp.) (Minor) minor Westerse muziek (30 stp.) (Minor) |
| ECTS: | 10 |
| Semester/blok: | Semester 1 |
| Docent(en): | R. de Groot; S. van Maas |
Inzicht in esthetieken, compositietechnieken en receptie van muziek in van oorsprong westerse tradities, evenals de historische context daarvan, met nadruk op de tijd na 1945, maar met ruime aandacht voor de voorgeschiedenis. Vaardigheid in de analyse van muziek (klank en partituur) en muziekwetenschappelijke teksten, c.q. beschouwingen van componisten en critici, in het licht van muziekesthetische, -historische en -compositorische vraagstellingen.
Kennis van instrumenten van westerse ensembles en orkesten van de 20e eeuw, hun notatie en klank; vaardigheid in het lezen van partituren uit genoemde tijdsbestek.
Deze module concentreert zich op de nieuwe muziek na 1945 en haar voorgeschiedenis. Er vinden in deze periode verschillende malen ingrijpende veranderingen plaats in esthetiek en compositietechniek. Na een aanvankelijke restauratie van neoclassicisme, radicaliseren Boulez en Stockhausen de compositietechnieken van Schönberg, Webern en Messiaen (serialisme). Vormen van kritiek op het serialisme verschijnen al aan het einde van de jaren vijftig en worden sterker in de jaren zestig (Cage: indeterminisme; Xenakis: stochastische muziek; Ligeti: klanktotalen - kleur en dichtheid - als uitgangspunt; etc.). Er heeft een heroriëntatie op het verleden plaats in citaat- en collagemuziek (Berio), evenals oriëntatie op niet-westerse (o.a. Ton de Leeuw) en populaire muziek. Er is in de jaren zeventig ten dele een terugkeer naar (schijnbare) eenvoud (minimalisme, nieuwe tonaliteit). Vanaf de jaren zeventig zijn de podia van de nieuwe muziek uitgesproken pluralistisch, met onder meer een hernieuwde aandacht voor ritualiteit/religie/spiritualiteit.
De geschetste ontwikkelingen en standpunten worden bestudeerd aan de hand van partituren en andere primaire geschreven bronnen, audio(visuele) opnamen en musicologische teksten.
In de vorm van een practicum wordt kennis overgedragen en vaardigheid verkregen op het gebied van instrumentenkunde en partituurlezen.
hoor-/werkcollege
4 uur per week
Algemene literatuur muziekgeschiedenis en begripsvorming:
Verplicht:
Referaat met schriftelijk verslag; huiswerkopdrachten; slot-essay; tentamen over R.P. Morgan 1991, een reader en repertoire-CD's (resp. 20%, 20%, 30% en 30% van eindcijfer). Alle onderdelen moeten voldoende zijn.
ca. € 90,-